Boek
Nederlands

Mol en de zonsopgang

Jeanne Willis (auteur), Sarah Fox-Davies (illustrator), L.M. Niskos (vertaler)
Mol wil zo graag weten hoe mooi een zonsopkomst is. Muis neemt hem mee naar het meer. Als de zon opkomt, beschrijven Muis en de andere dieren uitgebreid wat ze zien. Oblong prentenboek met sfeervolle kleurenillustraties. Vanaf ca. 4 jaar.
Titel
Mol en de zonsopgang
Auteur
Jeanne Willis
Illustrator
Sarah Fox-Davies
Vertaler
L.M. Niskos
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Engels
Oorspr. titel
Mole's sunrise
Editie
1
Uitgever
Rotterdam: Lemniscaat, 2011
[28] p. : ill.
ISBN
9789047703396 (hardback)

Besprekingen

Een verraderlijk eenvoudig verhaal over een bijziende mol die met zijn vriend Muis mee mag naar de zonsopgang bij het meer. Met een minimum aan woorden wordt deze - op zichzelf weinig spectaculaire - gebeurtenis uitgewerkt, waarbij vooral de getrokken vergelijkingen opvallen die het verhaal haar meerwaarde geven. Aan de oever wachten Mol en Muis samen met Eekhoorn, Mus en Haas het grote moment af. Zodra de zon opkomt wordt hij telkens door een van de dieren in rijke bewoordingen gekenschetst totdat hij hoog aan de hemel staat. Zodoende krijgt Mol te horen wat hij in feite niet kan zien. De gekozen beschrijvingen en vergelijkingen zijn nooit ver van zijn belevingswereld waardoor Mol kan zeggen: ‘Ik zie het voor me.’ Zo wordt de kinderlijke verwondering telkens fraai verwoord. De sfeervolle en stemmige illustraties zijn passend uitgevoerd in een warme, naturelle kleurstelling waarin mistig blauw de boventoon voert. Ze versterken het beeld van een veilige wereld waarin veel genoten kan w…Lees verder

Mol en de zonsopgang

Mol zag de zon nog nooit opkomen, maar op een ochtend leidt Muis hem heel voorzichtig naar de rand van het meer. Onderweg voelt Mol de klamme nevel in zijn vacht, hoort hij de blaadjes knisperen onder zijn voeten en snuift hij de lucht op. Bij het meer zitten ook Eekhoorn, Konijn en Mus. Ze beschrijven de opkomende zon als een zachte dooier van een ei. Wanneer hij helemaal aan de hemel staat, lijkt hij wel een openbrekend ei in een pan, gloeiend heet en glinsterend. Nog hoger ziet hij eruit als een glanzende gouden knoop die door zijn warmte alle donderwolken doet smelten. Al deze vergelijkingen koppelt Mol aan zijn vertrouwde wereld. Nergens wordt het vermeld maar de beschrijving van de omzichtige wijze waarop de dieren met Mol omgaan en de sfeervolle illustraties die dat ondersteunen, laten vermoeden dat Mol met zijn kleine zwarte oogjes nauwelijks kan zien. Mol die in zijn verbeelding de zon ziet opgaan, krijgt daardoor iets vertederends moois.